Duivenvoorde Uitvaartzorg, deskundig en betrokken.
Wereld Alzheimer Dag – Artikel uit Senioren Magazine september 2018

Wereld Alzheimer Dag – Artikel uit Senioren Magazine september 2018

Wereld Alzheimer Dag

Op vrijdag 21 september 2018 is het Wereld Alzheimer Dag. Een dag waarop extra aandacht wordt besteed aan dementie.

In het leven krijgt iedereen vroeg of laat te maken met afscheid nemen. Afscheid nemen van iemand van wie je houdt. Het is moeilijk in te schatten, hoe dementerende mensen zo’n afscheid beleven en hoe zij zich voelen en wat zij wel en niet meekrijgen.

Dementie en afscheid

Het was een van de eerste voorjaarsdagen na de lange winter. Toen ik over de begraafplaats liep om te kijken waar het graf zich bevond waarin zo dadelijk begraven zou worden, ontdekte ik een vrouwtjesfazant die vlak naast het graf nestelde. We zouden maar met een klein gezelschap zijn en ik hoopte van harte dat we haar nestgang niet zouden verstoren. In de verte, voor de aula, arriveerde het rolstoelbusje, waarin de echtgenoot van de overledene arriveerde.

Tijdens het regelen van de uitvaart met de twee zonen van de overledene was het bestaan van hun vader pas later in het gesprek ter sprake gekomen. Op mijn vraag of wij hem niet moesten betrekken bij het organiseren van de uitvaart, werd ontkennend geantwoord. Vader was dementerend, was zich niet meer bewust van de wereld om zich heen en kon zich ongetwijfeld geen enkel beeld vormen bij de mededeling dat zijn vrouw overleden was. Daarbij was hij moeilijk ter been; eigenlijk leek het de zonen het beste hem niet bij de uitvaart te betrekken. Op mijn vraag of hij wel aanwezig zou zijn, antwoordden zij resoluut ontkennend.  Hij zou het niet begrijpen; zij kenden hun vader.

In de dagen tussen het overlijden en de uitvaart sprak ik de zonen verschillende malen. Ik vroeg mij hardop af of je – in welke geestelijke gesteldheid je je ook bevond– geen recht had op een afscheid van de vrouw met wie je bijna 70 (!) jaar gehuwd was geweest. Misschien zou de hele strekking van de plechtigheid hem ontgaan, maar dementie is een dusdanig moeilijk invoelbare ziekte, zowel voor leken als voor deskundigen, dat ik het een risico vond hun vader helemaal buiten alle gebeurtenissen te houden. Deze opmerking had de zonen tot nadenken gezet: ze hadden gesprekken gehad met hun partners (vrouwen denken over dit soort zaken soms anders dan mannen, is mijn ervaring) en hadden gesproken met het verplegend personeel uit de instelling waar hun vader verbleef. Dat gaf mij rust: welke keuze ze ook zouden maken, het zou een weloverwogen beslissing zijn, en niet een in de geest van “Pa begrijpt er toch niets meer van”, genomen in de eerste emotionele verwarring na het overlijden van hun moeder.

Aan de vooravond van de uitvaart kreeg ik een e-mailtje: “Pa is er morgen bij; hij wordt begeleid door een van de vaste mensen van zijn afdeling uit het verpleeghuis”. Mogelijk zou het een zware dag voor hun vader worden, en toch was ik blij met hun besluit hem erbij te betrekken”.

De zon scheen toen de dragers de kist op hun schouder plaatsten en het smalle weggetje naar het graf insloegen, gevolgd door de echtgenoot wiens rolstoel geduwd werd door een vriendelijke verpleegkundige. Daarachter volgden de zonen met hun partners: ik keek om en voelde mij dankbaar. Ze waren compleet. Bij dit laatste afscheid waren allen, die jarenlang een hecht gezin gevormd hadden, verenigd.

De dragers zetten de kist op het graf en schikten de bloemen er aan weerszijden om heen. Er werd een kort dankwoord gesproken. De jongens stonden aan weerszijden van de rolstoel van hun vader en hadden elk hun hand op een schouder gelegd. Ik gaf een klein knikje naar de begraafplaatsbeheerder, ten teken dat de kist mocht dalen.

En op het moment dat de kist in de diepte verdween, slaakte de tot dat moment doodstille oude man in de rolstoel een hartverscheurende kreet, die alle aanwezigen door merg en been ging. Dit was rauw verdriet, in de meest pure vorm…

Ik had – in overleg met de zonen- foto’s gemaakt van de kist op het graf, van de bloemstukken, en een paar dagen later van het inmiddels weer gesloten graf. Via de zonen waren de foto’s doorgemaild naar de vriendelijke verpleegkundige die hun vader tijdens de uitvaart begeleid had. Af en toe bekeken zij die met hun vader en dan huilde hij onhoorbaar. De foto’s bleken een aanknopingspunt te vormen om het verdriet dat zij allen hadden, deelbaar te maken.

Toen ik twee weken later toevallig over de begraafplaats liep, zag ik een trotse fazantenmoeder met een koppeltje kuikens vlak bij het graf lopen. Snel pakte ik mijn mobiele telefoon en maakte de laatste foto voor de nabestaanden: jonge fazanten, met op de achtergrond het graf van zijn vrouw en hun moeder.